Nieuws uit Delden - 14 Oktober 2017
Schitterend Canteklaer verrijkte Oude Blasius met Bachmotetten

DELDEN - Het regende pijpenstelen, zo tegen halfacht op zaterdagavond 7 oktober. Beslist geen weer om doorheen te gaan. Toch stond er in de toren van de Oude Blasiuskerk een lange rij om een kaartje en programma te kopen voor het cultuurvriendenconcert van Kamerkoor Canteklaer, met op het programma een hoofdgerecht van een viertal motetten van J.S. Bach.

En wat werd het een mooi concert! Onder dansante leiding van dirigent Iassen Raykov, en met funderende begeleiding van Henk Linker op zijn welluidende kistorgel en Inja Borden op haar fijnbesnaarde barokcello, werden die motetten stijlvol en geïnspireerd uitgevoerd. Canteklaer begon het concert bij verrassing achter in de kerk. Met het schurende maar fraaie stuk Immortal Bach, van Knut Nystedt. De akoestiek van de Oude Blasiuskerk toonde zich hierin indrukwekkend.

Daarna die motetten, een muziekschat! Afgewisseld met intermezzos door barokcelliste Botden en organist Linker. Die voerden het concert tot het vitale slotstuk, een koraalfantasie, waarin kinderen van koorleden een jeugdig begeleidingsorkest vormden. (Is muzikaliteit dan toch erfelijk!?). Wat een ontroerende combinatie!

De Oude Blasius trilde van genieting van 'O Jesu Christ, meins Lebens Licht'. Een dankbaar en helder applaus klonk als majeur slotakkoord vanuit de kerkbanken. Het was een hartverwarmend klassiek concert geweest, zoals de Cultuurvrienden Oude Blasius die graag organiseert. En de oude Bach zou dit ook vast gewaardeerd hebben, zo'n goed koor met die geweldige musici en talentvolle jongeren, in zo'n prachtig programma!

Jos de Vries


Grafschafter Nachrichten - 13 Oktober 2015
Chor aus Enschede gewinnt Musikpreis im Kloster

NORDHORN - Zum fünften Mal fand im Kloster Frenswegen der Wettbewerb um den Deutsch-Niederländischen Kirchenmusikpreis statt. Dabei boten acht Chöre Chormusik auf hohem Niveau. Gewinner wurde der Kamerkoor Canteklaer aus Enschede.

Einen vollen Tag lang, beginnend mit morgendlicher Andacht und Begrüßung der Chöre bis zum Abschluss mit der Abendandacht verfolgten die zahlreichen Teilnehmer und Zuhörer diesen Chorwettstreit. Die Veranstaltung war durch Kirchenmusikdirektorin i.R. Margret Heckmann und Birgit Veddeler von der Klosterstiftung perfekt organisiert worden. Die Durchführung klappte reibungslos.

Die fünfköpfige Jury bildeten Gerrit Baas, ehemaliger Kantor der protestantischen Gemeinde Enschede, Tymen Jan Bronda. Musikdirektor der lutherischen Kirche Groningen und die Professoren Hildebrand Haake (Kirchenmusikhochschule Herford), Anne Kohler (Hochschule für Musik Detmold) und Hannelore Pardall (Hochschule für Musik und Theater Hamburg). Haake und Kohler waren in den vergangenen Jahren bereits Preisträger dieses Wettbewerbs.

Beworben hatten sich in diesem Jahr acht Chöre. Aus den Niederlanden traten an: der Kamerkoor Mnemosyne aus Nijmegen, das Huygens Vocaal Ensemble aus Hattem, die Musica Vocalis aus Zwolle, der Kamerkoor Canteklaer aus Enschede, das Vocaal Ensemble Ex Arte aus Hengelo und der Kamerkoor Pur Sang aus Oldenzaal. Die deutschen Teilnehmer waren die Laurentiuskantorei Dresden und der Chor der Stadtkirche Bad Salzuflen unter Leitung der lange in Nordhorn tätigen Kantorin Waltraud Huizing.

Alle Chöre hatten das Pflichtstück ′Laudate dominum′ des norwegischen Komponisten Knut Nystedt zu erarbeiten. Unter den frei gewählten Werken erklangen dreimal Psalmmotetten von Jan Pieterszoon Sweelinck und zwei Bruckner-Motetten, fünf Werke der Renaissance und des Frühbarock, fünf romantische Motetten und mit Psalm 104 des estnischen Komponisten Cyrillus Kreek ein Werk des 20. Jahrhunderts.

Durchweg erlebten die Zuhörer den ganzen Tag über Chormusik auf hohem Niveau, sodass es der intensiv beratenden Jury sicher nicht leicht gefallen ist, die Sieger des Wettbewerbs zu ermitteln. Dabei hatten es die beiden deutschen Gemeindechöre sicherlich nicht leicht, neben den niederländischen frei gebildeten Vokalensembles zu bestehen.

Um 17 Uhr verkündete Anne Kohler die Preisträger. Den 1. Preis erhielt der Kamerkoor Canteklaer aus Enschede, der unter Leitung von Iassen Raykov den Psalm 33 ′Reveillez vous chacun fidèle′ und den Psalm 43 ′Richte mich Gott′ von Felix Mendelssohn Bartholdy vorgetragen hatte.

Zweiter Preisträger wurde die Musica Vocalis Zwolle unter Leitung von Raghna Wissink mit Sweelincks Psalm 150 ′Chantez gayement à Dieu′ und Brahms ′Warum ist das Licht gegeben dem Mühseligen′.

Den dritten Preis erhielt der Kamerkoor Pur Sang, geleitet von Frank Deiman, mit Francisco Guerreros ′Beata dei genetrix′ und dem ′Kyrie′ und ′Gloria′ aus Rheinbergers doppelchöriger ′Messe in E′.

In ihrer Begründung nannte Kohler für die beiden ersten Preisträger die jeweiligen Interpretationen der Sweelinck-Psalmen. Beide Chöre hatten diese durchaus unterschiedlich gestaltet: kräftig zupackend die Zwoller, fein ziseliert die Enscheder.

Mit einem gemeinsamen Gesang der Nystedt-Motette durch alle teilnehmenden Chöre im Innenhof des Klosters und der Abendandacht unter Mitwirkung des Siegerchores schloss dieser erinnerungswürdige Tag.

Jörg Leune


Haaksberger Koerier - 20 september 2010
Muzikale inluiding van de herfst

HAAKSBERGEN - Zondag 19 september 2010 te gast in de maandelijkse concertreeks in de O.L.Vrouw van Lourdeskerk: Kamerkoor Canteklaer o.l.v. Iassen Raykov.

Door de eeuwen heen hebben vele componisten de jaargetijden in klank uitgebeeld, waarvan De Vier Jaargetijden van Antonio Vivaldi (1678-1741) en Die Jahreszeiten van Joseph Haydn (1732-1809) de bekendsten zijn. Vanmiddag werd de herfst muzikaal ingeluid door componisten uit de 20e eeuw, zoals we in de muziekgeschiedenis deze tijd de Modernen noemen. Johannes Brahms (1833-1897) vormt hierbij een uitzondering, hij wordt toebedeeld aan de Laat Romantiek. Kamerkoor Canteklaer liet zich voor de 2e keer horen in de Lourdeskerk in de jaren dat de maandelijkse concerten plaatsvinden. Een klein koor (kamer) met uitstekende stemmen (cantare), Canteklaer was zangklaar voor hun concert, en hoe!! In een volle Lourdeskerk is plaats voor zo'n 700 mensen, vanmiddag waren er slechts 65, ik zou haast zeggen: 635 mensen te weinig.

Niettemin zong het kamerkoor met verve hun programma, vaak meer dan 4-stemmig en zeer goed op elkaar afgestemd, zowel qua klank als dynamisch en ritmisch. Een uiteenzetting: de Duitse componist Hugo Distler, die in zijn liederen elementen had, die we ook tegenkomen in de Renaissance en de Barok, n.l. de polyphone stemvoering en de fugatische opbouw, verpakt in 20e eeuwse klanken.

De Poolse componist Henryk Górecki liet heel duidelijk herkenbaar de aankomende storm horen, waarbij de dames een vogeltje bezongen die een schuilplaats zocht en de heren in sexten heen en weer zongen om zo de huilende wind uit te beelden. Subliem, zowel qua compositie als uitvoering.

De Duitse componist Johannes Brahms daarentegen heeft zijn herfstliederen een wat melancholisch karakter gegeven, ietwat somber, maar een prachtige stemvoering van mannen en vrouwen, boeiend om naar te luisteren.

Van de Amerikaanse componist Eric Whitacre hoorden we liederen die ietwat plechtig gezongen werden, dromend en verlangend naar het licht van een pas geboren baby begeleid met engelenzang, je kon de Kerstsfeer al een beetje proeven.

Tenslotte de Estlandse componist Veljo Tormis, die er ruimschoots in slaagde om wind, wolken en bewegende halmen op het veld voortreffelijk in zijn liederen tot uiting te laten komen.

Dirigent Iassen Raykov is er wederom in geslaagd dit koor in al zijn facetten de herfst uit te laten beelden, waarbij ondergetekende ervan overtuigd is dat het luisterend publiek van een mooi en muzikaal kleurrijke herfst heeft kunnen genieten, zodat we een volgende keer kunnen zeggen: Zie daar ... Kamerkoor Canteklaer!

Nel Niekus


Bocholter-Borkener Volksblatt - 23 März 2010
Meisterliche Interpreten

GRONAU - Francis Poulencs Kompositionen gehören zum Eindrucksvollsten, was das 20. Jahrhundert an Musik hervorgebracht hat. Das erwies sich auch am Sonntag in der Ev. Stadtkirche: Der Enscheder Chor "Canteklaer" sang, passend zur Passionszeit, die "Quatre Motets pour un Temps de Pénitence", die der französische Komponist 1939 vollendet hatte. Poulenc setzt seine musikalischen Mittel zur Ausdeutung der Texte sehr geschickt, aber eher auf eine subtile Weise ein. Damit wird das Unterbewusstsein beim Hörer auf fast magische Weise erreicht.

Dissonanzen oder (wie bei der Passage "und er neigte sein Haupt und gab den Geist auf") abfallende Tonfolgen waren in den 1930er-Jahren keine bahnbrechenden kompositorischen Innovationen; doch wie Poulenc diese Mittel einsetzte, verleihen sie der Musik Tiefe. "Canteklaer" unter Leitung von Iassen Raykov schien am Sonntag ganz in der Musik aufzugehen und zeigte sich als meisterlicher Interpret der Motetten.

Ganz anders als bei Poulenc ging Franz Liszt an das Passionsgeschehen heran. Er vertonte den Kreuzweg, die "Via Crucis", mehr aus der Sicht eines Pianisten. Liszt deutete die Stationen auf eine sehr individuelle, persönliche Sicht. Das Ergebnis ist ein für ihn eher untypisches Werk, das weniger flammend-virtuose Züge aufweist, vielmehr eine innerliche Glut besitzt. Wobei der einleitende Hymnus den "alten" Liszt durchblitzen lässt, der mit mächtigen, raumgreifenden Akkorden Eindruck schindet.

Umso stärker fällt der Kontrast zum nachdenklich-meditativen musikalischen Gang durch die Stationen des Kreuzwegs aus, den Raykov mit beeindruckender Intensität interpretierte. Der Chor spielt hier eine weniger wichtige Rolle; oft sind es Solostimmen, die die Handlung erläutern; außer beim "O Haupt voll Blut und Wunden", das Liszt in sein Werk einfügte.

Die Zuhörer in der Stadtkirche spendeten Chor und Pianisten minutenlang Applaus für eine eindrucksvolle Leistung.


Twentsche Courant | Tubantia - 26 januari 2009
Indrukwekkende Händelhommage

ENSCHEDE - Mariakerk, zondagmiddag. Israël in Egypt, oratorium van G.F. Händel door Kamerkoor Canteklaer en Barokorkest II Concerto Barocco, o.l.v. lassen Raykov, m.m.v. Alfrun Schmid (sopraan), Patrick van Goethem (countertenor) en Falco van Loon (tenor).

Met een muzikaal zeer overtuigende uitvoering van het oratorium 'Israël in Egypt' brachten Kamerkoor Canteklaer en Barokorkest Il Concerto Barocco een indrukwekkende hommage aan de 250 jaar geleden overleden componist Georg Friedrich Händel.

Niets was aan het toeval overgelaten om de grootse en meeslepende muziek de juiste lading mee te geven. Een inhoud die zich niet uitputte in zielenroerende dramatiek, maar zich vooral kenmerkte door een uiterst gedisciplineerde en natuurgetrouwe Baroktypering.

In dit oratorium heeft Händel het bekende bijbelverhaal over de uittocht van de Israëlieten uit Egypte van twee kanten belicht. In het eerste deel ligt de nadruk op de tien plagen die Egypte over zich heen krijgt en de tocht door de Rode Zee, terwijl in het tweede deel een uitgebreide en vergeestelijkte beschouwing wordt gegeven van het gebeuren, die zich uit in grootse lofprijzingen.

De fraai uitgewerkte koorzang van Canteklaer was uiterst stabiel en gedurende de gehele uitvoering zeer goed in balans, zowel in de pure koorpassages (met de stralende lofzangen aan het slot als hoogtepunt), als in de vocale ondersteuning van de zangsolisten.

Sopraan Alfrun Schmid en de tenoren Patrick van Goethem en Falco van Loon verzorgden op solide en aansprekende wijze de solopartijen. Van Goethem nam als countertenor de altpartij (vrouwenstem) voor zijn rekening. Van kwalitatief zeer hoog niveau was de instrumentale begeleiding door Il Concerto Barocco. De zuiverheid van het samenspel was subliem en de manier waarop de verschillende verhaaltechnische facetten van het oratorium vorm kregen zeer indrukwekkend.

Karel Masselink


Rondom Haaksbergen - 30 januari 2008
Concert Kamerkoor Canteklaer

HAAKSBERGEN - Lourdeskerk, zondag 27 januari, 16.00 uur. Concert door het Kamerkoor Canteklaer o.l.v. Iassen Raykov m.m.v. Douwe Jan van der Meulen, hobo.

Waarin onderscheidt een kamerkoor zich van een opera- of oratoriumkoor? Het woord 'kamer' zegt het al. Een kamerkoor heeft een veel kleinere bezetting, variërend van ongeveer 10 tot zo'n 30 zangers. Vanaf de 12e eeuw (Middeleeuwen) waren kleine koren hoofdzakelijk gevestigd in kerken en kloosters, knapen en mannenstemmen om de eredienst op te luisteren. Eind 17e eeuw was er reeds sprake van vrouwenstemmen met mannenstemmen , hoofdzakelijk bestemd voor vorstelijke hofkapellen. In de 18e eeuw kreeg het kamerkoor een belangrijke plaats in de muziekwereld en wordt er tot op heden nog steeds geestelijke en wereldlijke muziek voor kamerkoor gecomponeerd.

Een veelzijdigheid aan composities voor een kleine koorbezetting hebben we kunnen horen in de maandelijkse concertreeks in de Lourdeskerk. Prachtige, zuivere en zeer uitgebalanceerde koorklanken door het Kamerkoor Canteklaer o.l.v. Iassen Raykov (het woord cantare betekent zingen). Veelstemmige dissonante klanken die overgingen in een mooie en rustige consonante klankeenheid.

Op het programma stonden werken uit de 16e eeuw en de 20e eeuw, te weten; G.P. de da Palestrina (1525? - 1594), Benjamin Britten (1913 - 1976), Daan Manneke (1939) en Vic Nees (1936). Ondanks de muzikale stijlverschillen waren er duidelijke overeenkomsten wat betreft de polyfone kunst. De opbouw van de eenstemmigheid naar de véélstemmigheid, wel 6-tot 8 stemmig, waarbij elke stem een eigen melodie voerde en samensmolt tot één klankeenheid. Het raakte de luisteraars tot diep in hun ziel. De medewerking van een hobo was hier goed op z'n plaats, treffend als melodievoerend instrument.

De hobo, een blaasinstrument dat z'n oorsprong vindt in de oudheid in Azië en in het oude Griekenland zo'n 6 eeuwen voor Chr., genaamd 'aulos'. Het is de voorloper van de Middeleeuwse schalmei, waaruit onze tegenwoordige hobo is voortgekomen. De aard van de hoboklank is enigszins nasaal, doordringend, gracieus en vooral zangrijk.

Vanmiddag konden we horen dat de hobo een onmisbare schakel in het muzikale geheel was, zowel als solo in de 'Metamorfoses' van Benjamin Britten, waarbij de inhoud van mythologische verhalen qua karakter goed hoorbaar waren, alsook in samenspel met het koor in het 'Concerto per la Beata Vergine' van Vic Nees, goed weergegeven door de hoboïst Douwe Jan v.d. Meulen. Hierbij kreeg ik het gevoel dat de H. Maria als hemelse voorspreekster via onze smeekbeden ons in eigentijdse klanken bij God aanbeveelt.

Misschien van mijn kant een ietwat zonderlinge vergelijking, maar het Kamerkoor Canteklaer stond daar fier als de statige haan "Markies de Canteclaer" uit de Tom Poes- verhalen van Marten Toonder: deftig, beheerst, en van een adellijke schoonheid, omgezet in klanken onder de bezielende leiding van een muzikaal veelzijdig dirigent.

Laat het woord maar klank worden.

Nel Niekus


Twentsche Courant | Tubantia - 26 november 2007
Pareltje met hobo in koude kerk

ENSCHEDE - Mariakerk, zaterdagavond. Concert door Kamerkoor Canteklaer o.l.v. Iassen Raykov, m.m.v. Douwe Jan van der Meulen, hobo.

Op het programma van Canteklaer stond Concerto per la beata Vergine van Vic Nees, een werk voor koor en hobo. Dit werk van de Belgische componist zal de aanleiding zijn geweest voor de samenwerking met van het kamerkoor met Douwe Jan van der Meulen. Het is een prachtig werk, waarbij de hobo een eigen 'tekst' heeft naast het koor. Soms fungeert het instrument als voorzanger, dan weer als tegenstem. Dirigent Iassen Raykov had met dit werk een pareltje geprogrammeerd, dat niet makkelijk uit te voeren is. De stemmen kennen een grote onafhankelijkheid en eigen logica, waar de hobo dan ook nog doorheen geweven is. De samenklanken lijken toevallig en de inzetten moeten precies op tijd. Het kamerkoor Canteklaer bleek het prima aan te kunnen, het werd een mooi geheel. Vooral het tweede lied, een ode aan Maria in verheven stijl, was tot en met de hobocadens prachtig.

Het programma kende verder een paar liederen uit de Canticum Canticorum van de 16e eeuwse componist Palestrina, Le Pavillon van Daan Manneke en een werk voor hobo solo van Benjamin Britten. Vreemde eend in de bijt lijkt Palestrina, maar ook zijn idioom legt de logica van de stemmen eerder in de melodie dan in de harmonie en vormt daarmee ondanks de eeuwen tijdverschil een mooie parallel met Vic Nees.

De muziek van Daan Manneke heeft eenzelfde soort logica als dat van Vic Nees, maar is in zijn soort nog complexer. Hoewel Canteklaer behoorlijk ingewikkelde muziek aankan, wankelden de zangers een paar keer hoorbaar bij de al te dissonante samenklanken van Manneke. Men herstelde goed, maar het leek me geen pretje om met een dusdanig lastig werk te openen. Tussendoor speelde Douwe Jan van der Meulen de Six metamorphoses van Britten, gebaseerd op verhalen van Ovidius. Voor een hobo was het eigenlijk te koud in de kerk, maar desondanks werden het prachtige miniaturen. Vooral de vertolking van Niobe, die na de dood van haar kinderen langzaam in een berg verandert, was prachtig. Afgezien van het werk van Manneke, dat naar mijn smaak echt te moeilijk was, was het een mooi en dankbaar programma met werken die niet alledaags zijn. De toegangsprijs, tien euro, zal de reden geweest zijn dat alleen de vaste aanhang van deze werken heeft kunnen genieten.

Ellen Kruithof


Twentsche Courant | Tubantia - 26 februari 2007
Enschedese korendag 24 feburari 2007 Muziekcentrum

ENSCHEDE - Slimme aspirantzangers die de knoop nog niet hadden doorgehakt bij welk koor zij zich nu eens aan wilden melden, deden er zaterdag goed aan het Muziekcentrum te bezoeken. Daar traden twintig Enschedese koren op in de concertzaal en de Arke-zaal en de toehoorder kon naar believen in- en uitlopen. Gemengde koren, mannen- en vrouwenkoren, kleine en grote zanggroepen, klassiek en licht repertoire; de variatie was groot, evenals de belangstelling bij het publiek. Elk koor bevond zich een half uur op het podium en zong, naast het eigen programma, het speciaal door Frank Deiman voor deze dag gecomponeerde lied 'Heftan tattat', op de gelijknamige tekst van Willem Wilmink. Het kamerkoor Canteklaer onder leiding van Iassen Raykov bracht een prachtige, meerstemmige versie van het werk. Er waren ook eenvoudiger uitvoeringen, maar Deiman had Wilminks krachtige gedicht van een pakkende melodie voorzien, die uitstekend bleef hangen.

Voor veel koren misschien een goed idee om het lied op het programma te houden? Jammer genoeg had het mannenkoor 'Die Minnesanghers' teveel andere besognes gehad om het in te studeren. Het hiaat werd echter ruimschoots goedgemaakt met ondermeer het sprankelende lied 'Het god'lijk vocht', gecomponeerd door de dirigente van 'Die Minnesanghers' Henriëtte Eikenaar. Ton Bosz en Diet Gerritsen praatten de verschillende optredens aan elkaar. Gerritsen nam tijdens onderbrekingen de gelegenheid te baat om het publiek bij te praten over de werkwijze van koren, waarbij ze benadrukte dat het altijd makkelijker leek dan het was.

Het gezelschap 'De Plussingers' behoorde tot een van de grotere koren met tachtig leden. Gerritsen grapte nog dat je niet ouder hoefde te zijn dan tachtig om lid te mogen worden, maar van een leeftijdsgrens was wel degelijk sprake. Jongeren onder de vijfenvijftig worden verzocht naar een ander koor om te zien, maar dat hoeft geen probleem te zijn, zo bleek zaterdag. Ieder vogeltje mag zingen zoals het zich gebekt voelt.

Deelnemende koren: Sempre Crescendo, Canteklaer, Hallelujah, Enschedees Mannenkoor, Algemeen Dameskoor Glanerbrug, Speechless, Kringzingers, La Sido, Stedelijk Koor Enschede, Liberation, Montessera, Die Minnesanghers, Voce Novanta, Hosanna, Musilon, Happy Few, Drienerloos Vocaal Ensemble, Viva Voca en Troubadours Mannenkoor.



Twentsche Courant | Tubantia - 10 april 2006
Subtiele, maar indrukwekkende Johannes Passion in de Kandelaar

HOLTEN - De Kandelaar, vrijdagavond. Johannes Passion van J.S. Bach door kamerkoor Canteklaer, Il Concerto Barocco en solisten o.l.v. Iassen Raykov. Herhaling: zondagmiddag, Jacobuskerk, Enschede. Voor de mensen die gewend zijn aan uitvoeringen van de verschillende Passies van Bach door grote oratorium-verenigingen en meervoudig bezette orkesten, was het even wennen. Deze Johannes werd uitgevoerd door een kamerkoor en een barokorkest. Het gemiddeld volume lag daardoor een stuk lager, maar dat was zeker geen nadeel. Het gaf de uitvoerenden de gelegenheid subtiel te zingen en musiceren. De bas Arnout Lems, ook verantwoordelijk voor de Christus-partij, zong een prachtig 'Betrachte, meine Seel', waarin zowel de angst als de blijdschap uit de tekst naar voren kwamen. Hij had alle vrijheid omdat hij slechts begeleid werd door twee violen en basso continuo, en nam deze ook. Dit hoogtepunt werd direct gevolgd door het dieptepunt van de uitvoering: de tenoraria 'Erwäge, wie sein blutgefärbter Rükken', door de Australische zanger Barry Mitchell. De man leek geen idee te hebben waarover hij zong of hoe de muzikale samenhang moest zijn. De andere tenor, Henk Gunneman, had als evangelist deze notie gelukkig wel en zorgde voor continuïteit en spanning in het verhaal. Kamerkoor Canteklaer liet zich van de beste kant zien. Alle stemgroepen kenden hun partij goed, hetgeen een paar prachtige vierstemmige fuga's opleverde. Het zelfvertrouwen leek tijdens de uitvoering nog te groeien, om uiteindelijk uit te monden in het daverende slotkoor 'Ach Herr, laß dein lieb Engelein'. Dirigent Iassen Raykov zorgde voor een soepele uitvoering.

Een van koorleden, Han Wijlens, trad ook op als bassolist, hij zong met name de gedeeltes van Petrus en Pilatus. Op zich is het al een spectaculair effect wanneer iemand uit het koor alleen het woord neemt. Maar afgezien daarvan deed Wijlens dat met een overtuiging en volume waar enkele 'echte' solisten jaloers op mochten zijn.

De totaalklank van Il Concerto Barocco is vanwege het gebruik van barokinstrumenten bescheidener dan van een orkest met moderne instrumenten. Het enige minpunt aan hun uitvoering was de overheersing van de barokhobo's, die vooral in het eerste gedeelte de houten traverso's wegspeelden. In het tweede gedeelte, waarin zelfs een luider klinkende hobo da caccia voorkwam, waren de verhoudingen beter, of had er gewenning opgetreden.

De combinatie van een kamerkoor en een barokorkest leverde over het geheel een prachtige Johannes op, al had ik graag een paar van de solisten ingewisseld voor anderen.

Ellen Kruithof


Westfälische Nachrichten - Dienstag 7. Juni 2005
Alle Register gezogen: 'Marienvesper' stellte Chor und Vokalensemble vor große Herausforderungen

GRONAU/EPE - Künstler wachsen mit den Ansprüchen - eigenen, denen des Publikums und denen, die ein Werk an sie stellt. Monteverdis Marienvesper zählt zu jenen Werken liturgischer Musik, die von den Ausführenden ein Äußerstes an stimmlicher Präzision, Modulation und Tragfähigkeit verlangen. Der Enscheder Kammerchor 'Canteklaer' unter der Leitung von Iassen Raykov und das Vokalensemble 'Marenzio Consort' stellten sich am Sonntag, begleitet von 'Il Concerto Barocco' in der Eper Pfarrkirche St Agatha dieser Aufgabe.

Die 1610 veröffentlichte Marienvesper ist so etwas wie Monteverdis 'Visitenkarte', nicht zuletzt, weil angenommen wird, dass sich der Priester und Kapelmeister mit dieser Komposition, die die ganze Bandbreite sienes Könnens demonstriert, um eine neue Stelle bewerben wollte. Das aus einer Reihe von Psalmen und Motetten bestehende Werk vereint mittelalterliche Kompositionstechniken wie moderne Elemente am Übergang von Renaissance zu Barock. Raykov, der im September mit diesem Konzert sein Abschlussexamen als Dirigent ablegen will, scheint es Monteverdi nachtun zu wollen. In Epe zog er alle Register. In sechs- bis zehnstimmiger Besatzung sang der Chor die Motetten, bei Bedarf wurden aus einem Chor zwei, gruppierten sich die Stimmen zwischen den Gesängen um. Die jahrelange Zusammenarbeit mit dem Amateur-Chor machte sich in erkennbarer Harmonie - menschlich wie stimmlich - merkbar. Die von den Solisten des Marenzio Consort gesungenen Psalmen setzten die Akzente und machten Monteverdis Zielsetzung deutlich: Der in Gotik und Renaissance vorherrschende polyphone Satzbau - wie etwa im gregorianischen Gesang - sollte dem Vorrecht der führenden Singstimme weichen, Melodie und Rythmus die Akzentuierung des Textes übernehmen.

Monteverdi erhob das Wort über die Musik. 'Audi coelum, verba mea' heißt es im zentralen Gesang des so komplexen Stückes: 'Höre Himmel, meine Worte'. Genau hier aber zeigten die Vortragenden Unsicherheiten. In der schwierigen Akustik von St. Agatha hatten besonders Sopranistin Ilse van Griensven und die Tenöre Dirk Stemerding und Tom Grondman Schwierigkeiten. Ihre Stimme trugen zu wenig, trotz einer sensiblen, zurückhaltenden Instrumentierung durch Stephen Taylor (Orgel), Andrew Read (Violone) und Jan Grüter (Theorbe). Auch harmonierten Sopran mit dem sonst starken Mezzosopran (Marion Röber und Sabine Henkel) und Tenor mit Bass (Peter Laport) nicht immer reibungslos.

Dennoch hätte man den Künstlern mehr Publikum gewünscht. Einen Monteverdi gibt es in Epe schließlich nicht alle Tage zu hören. Auch gab es dankenswerter Weise ein schön gestalltetes Programmheft mit wahlweise deutscher oder niederländischer Übersetzung der lateinischen Liturgie nebst Erläuterungen zu Komponist und Werk. Und für die Akustik wären volle Zuhörereihen auch besser gewesen.

Christiane Nitsche


Twentsche Courant | Tubantia - 6 juni 2005
Onvergetelijke muzikale ervaring

EPE - St. Agatha Pfarrkirche, zondagavond. Kamerkoor Canteklaer o.l.v. Iassen Raykov met Vespro della Beata Vergine van Claudio Monteverdi. M.m.v. het 'Marenzio Consort'. Wordt herhaald: 11 juni in de Jozefkerk om 20.30 uur in Enschede en 12 juni om 15.30 uur in de Lambertusbasiliek in Hengelo. Bijna 400 jaar geleden componeerde Claudio Monteverdi de Maria- Vespers. Hij droeg het werk op aan de paus en overhandigde hem persoonlijk de Vespers, die onderdeel uitmaakten van de dagelijks terugkerende koorgebeden. Aan een eeuwenlange traditie - eenstemmige Gregoriaanse gezangen op Vesperdiensten - kwam vanaf de vijftiende eeuw een eind. De meestemmigheid deed z'n intrede en de overgang van renaissance naar barok was een feit. Dat uitte zich in het gebruik van instrumenten bij vocale muziek.

Monteverdi's compositie kenmerkt zich door complexiteit en een rijke orkestratie, die de teksten volgt en onderstreept. Gisteren vond een bijzondere uitvoering plaats in de St. Agatha Pfarrkirche in Epe (Duitsland) door het Enschedese Kamerkoor Canteklaer. Dat het publiek na afloop de handen stuk klapte, had niet in de laatste plaats te maken met de muzikale ondersteuning van het ensemble 'Il Concerto Barocco' en de zes zangers die onder de naam 'Marenzio Consort' optraden. Het barokensemble speelde op authentieke instrumenten en hoewel de theorbe werd weggeblazen zogauw het koor zich liet horen, toonde de bespeler Jan Grüter zich een meesterlijk begeleider van de solisten. Het Marenzio Consort zorgde voor een onvergetelijke muzikale ervaring door zowel technisch als lyrisch vakwerk af te leveren. De zes stemmen kleurden uitstekend bij elkaar en de verfijning waarmee de antifonen gezongen werden maakte indruk. Het koor was op zijn best bij de begeleiding van de solisten wanneer de volumeknop op relatief lage stand bleef. Minder was ik gecharmeerd van het Lauda Jerusalem, waar scherpe kantje aan het licht traden in de hoge passages bij de sopranen, hoewel de wollige kerkakoestiek veel verdoezelde.

Overigens zorgde die akoestiek voor een prachtig in de golven wegebbend 'Amen'. dat de stilte daarna bijna naadloos werd gevolgd door door beierende kerkklokken, kon haast geen toeval genoemd worden. een bijzonder concert.

Nicolet Steemers


Twentsche Courant | Tubantia - 13 november 2004
Joodse religie groots verklankt

ENSCHEDE - Kamerkoor Canteklaer o.l.v. Iassen Raykov. Orgel: Gijs van Schoonhoven. Bariton: Grzegorz Stachowiak. Récitant: Bert Oude Engberink. Programma: Service Sacré pour le samedi matin, Darius Milhaud. Muziekcentrum, donderdagavond. De joodse componist Milhaud schreef dit koorwerk rond 1947. Vanuit zijn verblijf in Brazilië ontstonden de elementen van de Braziliaanse volksmuziek in zijn werk. Zijn verblijf in Amerika liet de jazz-sporen na en de Franse elementen uit de Provence, zijn geboortegrond, zijn ook waarneembaar.

Vanuit de Groupe de Six in Parijs met onder anderen Honneger en Poulenc, ontstond het muzikale verzet tegen Wagneriaanse klanksystemen en te grote verfijning zoals bij Satie.

Service Sacré is gebaseerd op de Hebreeuwse liturgie van een gebedsdienst rond de Sabbath. De spreekstem fungeert als rabbijn, de baritonsolist is de cantor en het koor antwoordt hem. Het ongeveer vijf kwartier durende werk is een afwisseling van muzikale klankvarianten en muziekstijlen voor koor, solist en orgel. Het podium van het Muziekcentrum werd even een sjoel doordat de luisterende gemeente op het podium had plaats genomen om een eenheid te vormen met de uitvoerenden. Hoewel de afstanden tussen de uitvoerenden behoorlijk groot waren, hield koormeester Raykov het overzicht. Naadloos volgden de liturgiedelen elkaar op. Ritmische verschuivingen werden moeiteloos aangepakt. Kamerkoor Canteklaer liet in een perfecte koorbalans horen dat het naast het klassiek repertoire ook het modernere beheerst.

Het koor was aangrijpend in de intieme afsluitingen die in feite harmonieus en vanuit een romantisch klankkader gecomponeerd waren. Innig en mystiek klonk het vrouwenkoor in het Kaddiesj. Het kleinkoor liet in Het Stilgebed l horen dat elke stem binnen dit kamerkoor kwaliteit bezit.

In de sopranengroep zou een wat krachtiger aanpak en wat meer van boven af intoneren nog meer zeggingskracht geven. Zeker waar Milhaud in het orgel de grootheid van God als muzikale tempelzuilen had verklankt. In het ritmisch tegendraadse deel waar de rol naar de ark terugkeert ontstond even wat onzekerheid.

De bariton begreep waar het in deze muzikale schepping om ging. Hij werd de hogepriester die in het slotgebed de zegen zong. Hij werd artistieke aangever naar het koor toe. De spreker gaf structuur aan het geheel. Drager van dit bijzondere concert was toch organist Gijs van Schoonhoven die vanuit zijn hoogstaand registratievermogen, het Flentrop-orgel liet klinken. Ingehouden bij de recitatieven en jazzy, marsachtig bij de verklanking van de teksten.

Jos Keijzer


Westfälische Nachrichten - 9. November 2004
Seltenes Erlebnis: Milhauds 'Service Sacré' in der Agatha-Kirche

GRONAU/EPE - Die Liturgie des jüdischen Sabbatfestes in einer katholischen Kirche zu hören, ist ein eher seltenes Erlebnis. Ebenso selten wie Aufführungen des Werks "Service Sacré pour le samedi matin" des franzözischen Komponisten Darius Milhaud. Die Zuhörer des Konzerts in der Agatha-Kirche erlebten am Sonntag beides gleichzeitig - da Milhaud in seinem Werk die Gebete der jüdischen Liturgie vertont hat. Der Enscheder Chor Canteklaer, Solist Grzegorz Stachowiak (Bariton), Kees Kuyvenhoven (Sprecher) und Gijs van Schoonhoven an der Orgel führten das Stück auf. Kuyvenhoven übernahm die Rolle des Rabbiners, Stachowiak die des Kantors, der Chor antwortete als Gemeinde dem Kantor.

Die Komposition ist nicht gerade leichte kost. Milhaud unterlegte die Texte mit Orgelklängen, die in ihrer Bewegung einen deutlichen Kontrast zu den eher ruhig vorgetragenen Rezitationen der Texte bildeten.

Milhaud war bekannt für seinen polytonalen Tonsatz, der ein unmittelbares Verstehen der Musik nicht gerade leicht macht. Wirkung erzeugte er dennoch, nicht spektakulär, sondern eher unterschwellich.

Der Chor unter Leitung von Iassen Raykov zeigte sich bestens präpariert. Stachowiaks wohlklingender Bariton kam in der Kirche gut zur Geltung. Lediglich die Rezitation der Texte durch Kuyvenhoven blieb blass. Zumal es schöner gewesen wäre, wenn die Gebetstexte allesamt auf Hebräisch verlesen worden wären. Der Klang dieser wohltönenden Sprache hätte der Aufführung eine zusätzliche Dimension geben können.

Über die musikalischen Erleben hinaus zeigte sich, dass es durchaus Ähnlichkeiten zwischen den Liturgien gibt. Was andererseits auch nicht verwundert, ist das Christentum doch der kleine Bruder des Judentums.

Das Publikum zeigte sich von der Aufführung sehr angetan.

Martin Borck


Twentsche Courant | Tubantia - 16 februari 2004
Complete Vespers van Rachmaninov: Knappe kluif

ENSCHEDE - Jacobuskerk, zondagmiddag. Uitvoering van de Vespers van Rachmaninov door kamerkoren La Colombe en Canteklaer (o.l.v. Iassen Raykov). Herhaling: 22/02 in de Stefanuskerk te Borne en 28/02 in de NH Kerk te Delden. Het komt niet zo vaak voor dat kamerkoren zoveel publiek trekken als gistermiddag was waar te nemen in de Jacobuskerk. Twee kamerkoren hadden hun krachten gebundeld voor de uitvoering van de integrale Vespers van Rachmaninov, nadat zij tijdens eerdere concerten al eens gedeelten hadden laten horen: La Colombe en Canteklaer.

De vijftien gezangen werden in de oorspronkelijke (Russische) taal uitgevoerd, op zich zelf al een prestatie. Daarbij kwam nog dat er geen enkel begeleidingsinstrument de zangers ondersteunde: ze moesten het hebben van hun innerlijke gehoor en de tonen die de dirigent Iassen Raykov bij aanvang van elk gezang voorzong.

Heel afwisselend was de rolverdeling van de vocalisten. Nu eens was er sprake van een solorol, dan weer had een complete stemgroep de voornaamste partij. De zettingen waren de ene keer homofoon (gelijkklinkend), de andere keer werd er achtereenvolgens ingezet (polyfoon). Onvermijdelijk dienden zich hierbij niveauverschillen aan. Het gebeurde nogal eens dat een solist -mogelijk door spanning- een fractie te hoog intoneerde. In samenklank met de rest van het koor leidde dat dan tot harmonische fricties. Het tegenovergestelde effect (detonatie) leverde problemen op voor de lage bassen, zoals bleek aan het eind van het negende gezang, 'Blagosloven Jesi, Gospodi'. Erg mooi kwam deze stemgroep trouwens over in gezang drie, 'Blazhen muzh'.

Heel knap vond ik dat, hoe breed het koor ook stond opgesteld, er nauwelijks sprake was van ongelijke slotmedeklinkers. Gelukkig stonden de zangers niet onder de koepel, want al vaker moest ik constateren dat dan het geluid daar blijft 'hangen' en niet goed de kerk in komt. Verder spoorden de gebaren van de dirigent het koor hoorbaar aan tot grote verscheidenheid in dynamische contrasten: van gedecideerd en krachtig tot ingetogen devoot.

Voor mij sprongen er twee gezangen in kwaliteit bovenuit: zeven (Shestopsalmie), met z'n fraaie harmonieën en elf (Velichit dusha moya Ghospoda), gekenmerkt door afwisselende tempi. Hier zat het koor het lekkerst in z'n muzikale vel.

In deze regio wordt dit programma komende weken nog tweemaal uitgevoerd. Volgende week in Borne en het laatste weekend van februari in Delden, ook voor wie de uitvoering van dit prachtige werk gistermiddag heeft moeten missen.

Koen Edeling


Twentsche Courant | Tubantia - 4 maart 2002
Concert Twents Byzantijs Koor, Canteklaer en La Colombe: Toveren met Byzantijnse klanken

BORNE/ENSCHEDE - Zaterdagavond in de Jozefkerk te Enschede en zondagagmiddag in de Stephanuskerk in Borne. Concert van het Twents Byzantijns koor, Kamerkoor Canteklaer en Projectkoor La Colombe. Alle koren stonden onder leiding van Iassen Raykov.

Akoestiek en entourage spelen een belangrijke rol bij een concert, waarin louter religieuze koormuziek wordt gebracht. Dat zat alvast wel goed.

Het spits werd afgebeten door het Twents Byzantijns koor. Ze zongen elf stukken. Het koor articuleerde goed, zette over het algemeen strak in, maar bleef hangen in braafheid. Er was een overkill aan tenoren, zodat de donkere klank, veel bas hoort bij een Byzantijns koor, weg viel. Er was daardoor geen eenheid, je hoorde te veel individuele stemmen. Het koor bleef ook erg klein zingen. Zacht zingen is mooi, maar alleen wanneer het wordt afgewisseld. Slechts enkele malen wist het koor meer volume te geven. Ook liet de zuiverheid regelmatig te wensen over.

Waarschijnlijk is het ook niet boeiend genoeg om alleen dezelfde soort muziek te blijven zingen. Byzantijns gezang kan bijvoorbeeld erg goed afgewisseld worden door een Kozakkenlied. Spannender van harmonie, en daardoor veel boeiender om te luisteren was 'Zdrowas Krolewno Wyborna' van Koszewski. De volle koorklank werd bereikt en er werd gespeeld met de dynamiek.

Opmerkelijk fraai waren de delen uit de Vespers van Rachmaninov. Dezelfde dirigent was aan het werk, echter nu met de twee gemengde kamerkoren Canteklaer en La Colombe. Zo werd er een veel evenwichtiger koorklank neergezet, ook al betrof het twee verschillende koren. Er werd een enorm palet aan dynamiek getoond en er werd getoverd met klanken. Vanaf het begin in 'Priidite, poklonimsia' stond er een krachtig koor. De dirigent dirigeerde veel expressiever; hij had er duidelijk meer zin in. Misschien is Rachmaninov wel veel mooier dan al die byzantijnse gezangen bij elkaar. Rachmaninov heeft de Byzantijnse muziek verrijkt met een complexere harmonie, waardoor het meer spanning oplevert. Ook was er meer afwisseling: In 'Blagoslovi, dushe moya, Ghospoda' werd een vrouwenkoor afgewisseld met een altsolo, die weer ingebed was in zachte mannenstemmen. In 'Shestopsalmiye' werd er getoverd met klanken en dynamiek. Rachmaninov maakte een koorzetting alsof het een symfonieorkest betrof. Wat mij betreft hadden ze de gehele Vespers mogen zingen.

Wim Beunders


Twentsche Courant | Tubantia - 5 mei 1994
Canteklaer zingt 'n prachtig Requiem

DENEKAMP - Gisteravond in de Nicolaaskerk (in het kader van dodenherdenking) een uitvoering van het Requiem van Maurice Duruflé door het kamerkoor Canteklaer o.l.v. Yt Nicolai. Solisten: Hans Stege (orgel), Sinan Vural (bariton) en Marja Reinders (mezzo-sopraan).

Indrukwekkender nog dan de paar minuten stilte die in acht genomen werden rond acht uur 's avonds op het gemeentehuisplein was de stilte na de uitvoering van Duruflé's Requiem, krap een uur later in de Nicolaaskerk. Het 'In Paradisum' werd dusdanig verklankt, dat men zich inderdaad in een paradijs waande. Wie niet geboren wordt gaat niet dood. Muziek begint ergens en houdt ergens op. Kamerkoor Canteklaer smeekte in de 'Introitus' zowel om eeuwige rust als om eeuwig licht. mooier kon het bijna niet. Zuiver, helder, volstrekt natuurlijk was de opmaat voor Duruflé's dodenmis. Gevolgd door een nagenoeg perfecte interpretatie van het 'Kyrie', in een fugatische opzet en ook voor het overige nogal archaisch (in dit geval Bach-achtig) getoonzet. En dat was nog maar het begin van wat nog zeven delen springlevend over de dood ging.

De meeste componisten schreven een requiem nadat moeder, pa, vriendin of de poes het leven lieten. Zwaar beladen muziek doorgaans, waarbij meestal een dirigent zijn koor flink laat tobben. niet Yt Nicolai, die door middel van een simpele advertentie Canteklaer op de been wist te helpen. Een tiental koorleden kende de notentekst van Duruflé's meesterwerk amper drie weken. En dan zo'n overtuigend, zoniet overrompelend resultaat!

Bijvoorbeeld de lichte, heldere aanpak van het 'Sanctus', het licht dat doorbrak in 'Lux aeterna' en de volstrekt natuurlijke opbouw van het 'Libera me'. Vorig jaar behaalde Yt Nicolai haar diploma koordirectie, binnen afzienbare tijd zijn van haar nog veel meer wonderen te verwachten.

Gisteravond was zij verzekerd van de solide ondersteuning van organist Hans Stege. in de St. Nicolaaskerk staat een lijk van een orgel, wie daar nog muziek aan weet te onttrekken is een vakman. Over een zogeheten 'zwelkast' beschikt dit instrument niet, maar Ter Stege wist deze omissie kleurrijk te camoufleren. In het razend lastige 'Sanctus' stak hij zijn leermeester naar de kroon: op een misplaatst besje na geen fouten, en, wat belangrijker is: geen overbodige haast.

Het 'Pie Jesu' is voor de meeste zangeressen een onzingbaar stuk, zo ook voor Marja Reinders. In de hoogte lukte alles, in de diepte was de vraag om rust duidelijker dan de illustratie daarvan. Temperamentvol, op het pathetische af, was de inbreng van Sinan Vural. In het 'Tremens factus sum ergo' stond hij niet zozeer zelf te beven van angst, alswel dat hij de luisteraars de stuipen op het lijf joeg.

Kortom: prachtig.

Henk W. Luijmes


Twentsche Courant | Tubantia - 28 oktober 1991
Met Canteklaer is Twente een kwaliteitskoor rijker

USSELO (NH Kerk) - Velen lachten Yt Nicolai begin 1989 uit toen zij als eerste-jaars studente koordirectie een oproep plaatste in een huis aan huis-blaadje om zangers te werven voor een nieuw op te richten koor. Het lachen zal hen echter spoedig vergaan als zij, die gisteren niet aanwezig waren, a.s. zondag om 15.00 uur gaan luisteren in de Oosterkerk aan de Oostburgweg te Enschede.

Gisteren beleefde het koor Canteklaer o.l.v. Yt Nicolai haar premièreconcert in de kerk van de Hervormde Gemeente te Usselo en we kunnen met een gerust hart concluderen dat Twente een kwaliteitskoor rijker is. Men opende met de zes Nocturnes van W.A. Mozart, het koor werd hierbij begeleid door Egbert van Goor klarinet, Corine Böhmers, klarinet en Ineke Hulshof fagot. opvallend was de natuurlijke klank van het koor, waarschijnlijk is men bij het scholen en selecteren van het stemmateriaal niet over één nacht ijs gegaan. Alle zangers en zageressen, zo'n 23 in getal, zongen ondanks sterke concentratie zeer ontspannen. ook het begeleidingstrio kweet zich op kundige wijze van haar taak. Het een en ander was duidelijk onder controle van Yt Nicolai; haar dirigeren is al mooi op zich. Zij hoeft de kar niet echt te trekken, maar kan volstaan met de noodzakelijke aanwijzingen zodat zowel koor als begeleiding bezig kunnen zijn met waar het om gaat: muziek.

De andere werken die Canteklaer ten gehore bracht waren o.a. drie Ave Maria's van Palestrina, Verdi en Brahms. Deze drie werken uit totaal verschillende stijlperiodes pasten goed bij elkaar. Zelfs redelijk moderne composities zoals Parce, Domine van F. Nowowiejski 91877-1946) stonden op het programma, de enige stijlperiode die ontbrak was de barok maar dat zal in de toekomst ongetwijfeld veranderen. Zangstudente Imel Dohle (mezzo-sopraan) verzorgde samen met piano-student Gerard van Kempen een intermezzo met twee liederen van Brahms, Auf dem Kirchhof en Immer leiser wird mein Schlummer. Beiden lieten horen een toekomst in de muziek waard te zijn, hoewel voor beiden enige scholing op het gebied van performance niet zou misstaan. Van Kempen speelde ook nog twee werken van Schubert en Mozart solo, gelukkig konden zowel de uitvoerende als het publiek door de werkelijk supervalse piano heen luisteren. Geef van Kempen volgende week een goede piano en alles komt goed.

Ton Lamers